Over knuffelfarms
Op veel plaatsen op de wereld kun je als vrijwilliger of als toerist in zeer nabij contact komen met wilde katachtigen, veelal cheeta’s, tijgers en leeuwen. Je kunt bijvoorbeeld met ze op de foto, ze de melkfles geven, met ze zwemmen en wandelen. Wanneer je ook komt; er zijn altijd jonge dieren aanwezig. Dit noemen wij een "knuffelfarm". De projecten zelf noemen zich vaak 'rescue centre', 'research centre' of 'sanctuary'.
Knuffelfarms stellen dat zij helpen in natuurbescherming. Ze zeggen dat leeuwen, cheeta's en tijgers met uitsterven worden bedreigd. En dat ze daarom deze dieren fokken om hen later terug te plaatsen in de vrije natuur. De werkelijkheid is heel anders. De dieren kunnen niet terug in het wild simpelweg omdat ze te weinig geleerd hebben van hun moeder en het dus niet zouden overleven. Maar ook omdat er helemaal geen leefgebied is voor leeuwen.
Van gefokte leeuwen is bekend dat ze meestal eindigen als jachttrofee in de beruchte canned hunting industrie. De botten van deze dieren worden vervolgens geëxporteerd naar Azië waar ze gebruikt worden in traditionele medicijnen. Vooral in Azië is een hardnekkig bijgeloof dat sommige dierenonderdelen heilzaam zijn tegen ziektes en kwalen. Tijgerbotten worden van oudsher gebruikt maar omdat dit steeds meer aan banden wordt gelegd, wordt nu uitgeweken naar de leeuw. Meer over de bottenhandel kunt u via deze link lezen.
Hoe herken je knuffelfarms:
- Allerbelangrijkste kenmerk; je kunt interacties hebben met wilde katachtigen. Zo kun je met ze op de foto, ze de melkfles geven als ze jong zijn en met ze wandelen. Dat is op zich al heel bijzonder want wilde katachtigen zijn wilde dieren. Het is niet normaal om met deze dieren excursies of interacties te hebben;
- Wat gelijk opvalt bij een bezoek aan de website zijn de foto's waarop je mensen ziet knuffelen met (jonge) dieren;
- In de beschrijvingen wordt duidelijk dat er altijd nieuwe (vaak jonge) dieren aanwezig zijn. Wanneer je ook komt: er zijn altijd jonge dieren waarmee je kunt knuffelen, waarmee je kunt wandelen of waarmee je op de foto kunt;
- Het is onduidelijk waar de jonge dieren naar toe gaan als ze groter zijn geworden. Bij navraag blijkt dat er weliswaar plannen zijn om de dieren terug te plaatsen in het wild maar in de praktijk is dit nog nooit gebeurd of kan er, bij navraag, geen bewijs worden overleverd;
- De projecten worden niet internationaal erkend en de gefokte dieren komen niet terecht in het 'officiële' circuit (zoals bijvoorbeeld erkende dierenparken);
- Bij sommige van deze plaatsen kun je ook knuffelen met 'uitheemse' dieren. Zo kun je op veel plaatsen in Afrika knuffelen of wandelen met tijgers, een diersoort dat hier van nature niet leeft. Zeker hier is dan de vraag wat er met die dieren gebeurt aangezien uitplaatsing in het wild onmogelijk is. In het beste scenario slijten ze hun leven als volwassen dier in een hok;
- Vaak zijn er ook witte leeuwen waarmee je kunt knuffelen. Witte leeuwen worden specifiek en selectief gefokt. Van nature komen witte leeuwen zelden voor in de vrije natuur, waarschijnlijk omdat ze door hun witte vacht te veel opvallen en dit dus in hun nadeel werkt.
Alles staat ook in deze flyer, handig om mee te nemen of rond te sturen.
Waar vind je knuffelfarms
Wereldwijd worden wilde dieren gefokt voor toeristen en vrijwilligers. Zo zijn er in Thailand exotische dierencafe's te vinden waar je, na consumptie, met een leeuwen,- of tijgerwelp op de foto kunt. Zelfs in Europa en Turkije worden dit soort excursies aangeboden. Maar de meeste knuffelfarms vind je in Afrika waarbij het vaak gaat om leeuwen en cheeta's. Zo kun je met deze dieren wandelen in Zimbabwe, Senegal en Mauritius. Maar Zuid-Afrika is wel het meest bekend om dit soort excursies.
De rekensom
Er zijn meer dan 160 fokprojecten voor leeuwen, alleen al in Zuid- Afrika. Stel dat elk project drie leeuwinnen heeft die jaarlijks drie welpen voortbrengen. Dat is per project een aanwas van negen welpen per jaar, 1440 welpen voor 160 fokcentra. Jaarlijks.....Waar blijven al die welpen als ze volwassen worden? Veel knuffelfarms stellen dat de dieren worden uitgeplaatst in het wild.
Het is goed om het volgende te beseffen. Roofdieren zoals leeuwen worden alleen getolereerd in beschermde gebieden zoals Nationale Parken. Daarbuiten worden ze veelal gedood omdat boeren bang zijn dat deze dieren hun veestapel doden. De belangrijkste bedreiging voor leeuwen in het wild is dat er te weinig leefgebied is. Er is dus geen ruimte voor nieuwe, halftamme roofdieren, in het wild.
Een ander veelgebruikt argument van deze knuffelfarms is dat de dieren naar een dierenpark gaan. Ook dat is snel te weerleggen. Erkende dierenparken zijn aangesloten in grotere organisaties (zoals in Europa de EAZA). Zij wisselen onderling dieren uit en zullen dus zelden of nooit dieren uit Afrika opnemen omdat de genen van dit soort dieren vaak dubieus zijn. Bovendien zijn er genoeg leeuwen in dierenparken en leven leeuwen in gevangenschap zo'n 15 jaar. Ook hier; er is geen plaats voor al die gefokte dieren. Als de dieren dus naar dierenparken gaan, is dit naar parken met vaak een hele slechte reputatie.
Draag niet bij aan een wrede industrie
Kleine welpjes zijn altijd aandoenlijk en dus is de verleiding groot om met ze te willen knuffelen. Maar het is goed te bedenken dat het lieve welpje op de foto, zeer waarschijnlijk nooit een leven in het wild zal kennen. In het beste geval eindigt het dier in een hok of wordt het geëxporteerd naar een dubieus dierenpark. In het slechtste geval eindigt het dier in de canned hunting.
Het lot van deze dieren ligt mede in onze handen! Als wij dit soort plaatsen niet meer bezoeken, zullen er automatisch minder dieren gefokt worden.
SPOTS maakte een kort filmpje over het leven van een knuffelwelp, dat kunt u hieronder bekijken op het SPOTS You Tube kanaal. U kunt helpen. Bezoek geen knuffelfarms!
